Meer over Stichtelijk Woord

Meditaties ds E van Meer

HET BEGIN VAN HET EVANGELIE

 

Lezen: Matthéüs 3:1-12

“Het begin des Evangelies van JEZUS CHRISTUS, den Zone Gods.”

Markus 1:1

Op haar gang naar de kribbe ontmoet de gemeente Johannes de Doper, zij mag hem niet ontwijken. Dit wordt ons door Markus voor ogen gesteld. Op zijn aanhef: “Het begin van het Evangelie van Jezus Christus” volgt dan de beschrijving van de man in het kemelsharen kleed, een eenvoudige man in een ruige jas van kamelenharen.

Het begin van het Evangelie is…..

de boetgezant,

die ons op onze zonden wijst. Ontdekkend was de prediking door Johannes, gelijk het woord van de profeten, die in de eeuwen vóór hem geweest waren. Hij moest preken van de toekomende toorn, van de bijl, die aan de wortel der bomen gelegd is. Van de wan die de dorsvloer zal doorzuiveren. (de wan is een mand waarmee het kaf van het koren gescheiden wordt met behulp van de wind).

Och, mocht het gebeuren, dat de Heilige Geest u en jou door de boetgezant verslagen en verbroken maakte voor de heilige God.

Want het begin van het Evangelie is dan ook….

de heilsprofeet,

die Gods gunstbewijzen mag uitroepen over een arm en ellendig volk. Hoor de boodschap van Johannes: Na mij komt, Die sterker is dan ik; Hij zal u dopen met de Heilige Geest; zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt.

De boetgezant hebben wij steeds weer nodig, om door de heilsprofeet in de rechte zielsgestalte tot de Verlosser te worden geleid. Onder de besturing van de Heilige Geest moge de vriend van de Bruidegom u, evenals Andréas en Johannes (joh1:35), inwinnen voor Immanuël (=God met ons).

 

Ds. E. van Meer

januari/februari 2026

 

Maar Gij, HEER', Gij zijt lankmoedig
Zeer barmhartig, overvloedig
In genâ, die ons behoedt,
Groot van waarheid, eind'loos goed.
Wend U tot mijn ziel genadig;
Sterk Uw knecht, en geef weldadig
Ondersteuning aan den zoon
Uwer dienstmaagd, van den troon

 

 

 

De HEERE maakt Zichzelf bekend

Lezen: Exodus 20:1-17

“Ik ben de HEERE uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis uitgeleid heb.”

Exodus 20:2

De aanhef van de Wet des Heeren moet vooral niet overgeslagen worden. Zonder deze inleiding zouden de tien geboden gelijk zijn aan een stel koude bepalingen van een gestrenge Koning, waaraan slaafs gehoorzaamd moet worden.

Maar in wat voor een ander licht komt ‘s Heeren rijkswet te staan, als wij beginnen mogen met de herinnering aan Gods weldaden. Hij is geen ongenaakbare Tiran, Die Zijn wil aan ons oplegt. Integendeel! Wij horen de stem van de Goedertierene, Die met innerlijke ontferming bewogen is over het lot van Zijn volk. En daarom dit volk uit de harde dienstbaarheid bevrijdt.

Wie kennis kreeg aan de verlossing die in Christus Jezus is, diegene wordt aangedreven tot de vraag: Wat zal ik, met Gods gunsten overladen, die trouwe Heere voor Zijn genade vergelden?

Maar dan hebben niet wij dat te beslissen, hoe wij God dankbaarheid zullen bewijzen. Nee, dat moet de Oppermajesteit Zelf bepalen.

Is er dan geen dreiging in de Wet? Zeer zeker, dat ook. De Heere zal niet ongestraft laten, wie Zijn inzettingen schendt, tenzij…. wij in Immanuel gevonden worden, Die plaatsbekledend voor Zijn gunstgenoten de wet volkomen vervulde en Wiens volkomen gerechtigheid hun wordt toegerekend.

Daarom, sta toch naar en zoek de uitleiding uit het diensthuis van de zonde, en maak vast de inlijving door het geloof in de Borg en Middelaar, Jezus Christus, Gods Zoon.

Ds. E. van Meer

Maart/april 2026

 

Wat zal ik, met Gods gunsten overlaân,
Dien trouwen HEER’ voor Zijn genâ vergelden?
’k Zal, bij den kelk des heils, Zijn Naam vermelden,
En roepen Hem met blijd’ erkent’nis aan.

 

De Ark der verzoening

Lezen: Exodus 25:10-22

“Ik zal met u spreken van boven het verzoendeksel af.”

Exodus 25:22

De Heere HEERE is te rein van ogen, dan dat Hij het kwade zou kunnen aanzien. Hoe zal Hij dan in de tabernakel onder het diep schuldige Israël wonen? Hoe zal Hij naderen tot de zondaar en met hem spreken?

Dit alles is alleen mogelijk bij de Ark der verzoening: dat wil zeggen: Alleen door Jezus Christus!

De dagen van Mozes wijzen terug naar de stilte der eeuwigheid. Vóór de grondlegging der wereld werd door de Drieënige God tot het heil der verzoening besloten en bouwde de Allerhoogste het verzoendeksel. Daarom kon Jehova spreken tot Adam, ook na zijn val. Daarom kon Hij verkeren met Henoch en met Jakob; daarom kon Hij bij de uitdrijving van de mensen uit het paradijs nog de belofte van het Vrouwenzaad meegeven.

De dagen van Mozes wijzen tevens vooruit naar de Volheid des tijds, toen de schaduwdienst een einde nam en vervangen werd door de stralende openbaring der zaligheid.

In de ark lagen de stenen tafelen, beschreven met de Wet des Heeren. Op de ark flonkerde het gouden verzoendeksel. Dit heeft de volgende betekenis: de Heere is barmhartig. Echter zonder krenking van Zijn rechtvaardigheid. Uit Zijn troon schiet het vertroostende genadelicht uit, maar “Hij vestigt zijn troon op heil’ge rijksgeboôn”. Wie voor Zijn troon krijgt te knielen, wie buigt voor Gods heiligheid en voor Zijn gunst, ontmoet Hem als een verzoend Vader in Christus.

 

Ds. E. van Meer

Mei/juni 2026

 

God heerst als Opperheer;
Dat elk Hem juichend eer’!
Gij aarde, zee en eiland,
Verheugt u in uw Heiland.
Hem dekt met majesteit
Der wolken donkerheid;
Hij vestigt Zijnen troon
Op heil’ge rijksgeboôn,
Vol recht en wijs beleid.

 

 

Niet zonder God verder kunnen

Lezen: Exodus 33:1-17

Hij dan zeide: Zou Mijn aangezicht moeten medegaan om u gerust te stellen?”

Exodus 33:14

Zwaar had Israël bij het gouden kalf misdreven, gezondigd tegen hun heilige God. En billijk was Gods toorn ontstoken tegen Zijn volk. Mozes, de middelaar van het Oude Verbond, stelde zich toen in de scheur, in de bres, voor de overtreders. En… Jehova liet Zich verbidden:

Dies Hij zeide dat Hij hen verdelgen zou, tenware dat Mozes, Zijn uitverkorene, in de scheur voor Zijn aangezicht gestaan had, om Zijn grimmigheid af te keren, dat Hij hen niet verdierf.” (Psalm 106:23)

De stammen werden niet verdelgd, maar mochten nog optrekken naar Kanaän. En de HEERE beloofde: Ik zal een engel voor uw aangezicht zenden: Daarmee was Mozes echter niet voldaan, want nu bleek het, dat de Eeuwige Zich nog niet geheel weer in gunst tot Israël had gewend.

Bedenkt het, lezers en lezeressen, wij hebben een volledige kwijtschelding, een volkomen begenadiging nodig. Een engel was Mozes niet genoeg. Daarom vroeg Jehova: “Zou Mijn Aangezicht, dat is: Zou Ik Zelf – moeten medegaan, om u gerust te stellen?”

En hartgrondig was het antwoord: “Ja, Heere! Doe ons van hier niet zonder U optrekken”. De grijze aanvoerder kende de gevaren van de woestijn, hij kende Israël als een moeilijk te leiden volk, hij kende ook zijn eigen onbekwaamheid.

Vriendelijk kwam zijn God hem nogmaals tegemoet: “Ook deze zaak zal Ik doen.”

Kunnen wij, wat Mozes niet kon: voortrekken zonder de Heere aan onze zijde? Dan wordt het een eeuwig omkomen!! Alleen den nederigen geeft de Heere genade.

 

Ds. E. van Meer

Juli/augustus 2026

 

De HEER zal u steeds gadeslaan,
Opdat Hij in gevaar,
Uw ziel voor ramp bewaar';
De HEER, 't zij g' in of uit moogt gaan,
En waar g' u heen moogt spoeden,
Zal eeuwig u behoeden.

 

 

on



  • © hersteld hervormde kerk 2026