Meer over Stichtelijk Woord

Meditaties van ds. E. van Meer

RECHTE ARBEIDERS IN GODS WOORD

1. DE PLOEGER

Lezen: 2 Timotheüs 2:1-15

'Een arbeider, … die het Woord der waarheid recht snijdt'. 

2 Timotheüs 2:15

De Schriftverklaarders zijn niet eenstemmig wanneer zij onze tekst toelichten. Het is nuttig de verschillen te bespreken; wij hopen er vijf overdenkingen aan te wijden.

Sommigen menen dat aan Paulus een ploeger voor ogen stond.

 (…) ‘Een arbeider die rechte voren trekt bij het brengen van het Woord der waarheid.’ Een landbouwer die zijn akker bewerkt, zal de ploeg rechte voren laten snijden door de bodem van het ene einde des velds tot het andere. Aan zulk een ploeger heeft ieder een voorbeeld te nemen, wanneer Hij Gods onfeilbaar getuigenis voor zijn naaste mag ontvouwen. Het maakt geen verschil of wij een leraar dan wel een ‘gewoon’ gemeentelid zijn.

Een rechte en diepe vore worde getrokken, als 's mensen zonde en ellende aan de orde komen. Het ‘onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad’ hebben wij onverkort te handhaven. Zowel het aangeboren bederf als de dadelijke ongerechtigheid moet zonder vergoelijking beleden worden. Op en onder de kansel schommelt de ploeg soms bedenkelijk als dit stuk wordt behandeld.

Evenzo worde een scherpe en rechte vore getrokken ten aanzien van de leer der vrije genade. Het heil is des HEEREN en de mens valt er ganselijk bij uit. Aan het ‘zonder enige verdienste onzerzijds’ mogen wij niet tornen. De Drie-Enige begint het werk der zaliging, Hij zet het voort, Hij voltooit het. Het woord der Waarheid eist alle eer bij de behoudenis van een zondaar voor Gods barmhartigheid in Christus op.

Maar hoe licht oefenen ketterse gevoelens hun slechte invloed menige eer aan de mens te geven. De Heilige Geest besture onze hand zodat de ploeg niet afwijkt naar rechts of links, maar tot het einde van de akker recht en scherp doortrekt.

Ds. E. van Meer

Januari / februari 2018

 

RECHTE ARBEIDERS IN GODS WOORD

2. DE PRIESTER

Lezen: Psalm 119:1-19

'Een arbeider, … die het Woord der waarheid recht snijdt.'

2 Timotheüs 2:15

Een andere opvatting aangaande onze tekst is deze: Paulus zou gezinspeeld hebben op het werk van de priester.

De dienaar van Jehova had de offerdieren in stukken te hakken; hij moest niet willekeurig, maar met overleg en zorgvuldig de verschillende delen uitsnijden. En zó hebben allen die in het priesterschap der gelovigen mogen staan met het woord der Waarheid om te gaan. Laat mij een paar voorbeelden geven.

Er worde een duidelijke onderscheid gemaakt tussen het werkverbond en het verbond der genade. Het werkverbond zegt: ‘Doe dat, en gij zult, als blijk van 's Heeren gunst, het eeuwige leven ontvangen.’ Van 's mensen zijde is dit verbond verbroken, maar telkens verwacht het hoogmoedige vlees er nog heil van. Het genadeverbond zegt evenwel: ‘Hoort aandachtig naar Mij en uw ziel zal leven; gelooft in Jezus Christus en gij zult zalig worden.’ Gedurig verzet onze eigenwaan zich ertegen om als een bedelaar een ontledigde hand op te houden; en wij vermengen daarom de verbonden der werken en der genade.

Voorts worde er een duidelijk onderscheid gemaakt tussen natuur en genade. In onze natuurstaat kunnen wij het, dank zij de algemene genade, ogenschijnlijk een heel eind brengen. Wij betreuren dan onze fouten en streven naar een rechtschapen wandel; doch een wezenlijke hartverandering ontbreekt. Indien iemand in Christus is, die is door wedergeboorte een nieuw schepsel. En dan alleen staan wij op de hechte grondslag der bijzondere genade.

Nog een derde voorbeeld: er worde klaarlijk onderscheiden tussen wortel en vrucht. Sommigen redeneren aldus: ‘Had ik méér blijdschap in de Heere, dan zou ik hartelijk geloven.’ Zij verwarren de zaken: een geschonken geloof is de wortel en daaruit komt de blijdschap als de vrucht voort; maar de blijdschap is niet de wortel die het geloof voortbrengt.

Verlichte de Heilige Geest onze ogen, zodat wij op de juiste wijze leren onderscheiden, gelijk een priester bij het altaar.

Ds. E. van Meer

Maart / april 2018

 

RECHTE ARBEIDERS IN GODS WOORD

3. DE  ZWAARDVECHTER

Lezen: Hebreeën 4:1-13

'Een arbeider, … die het Woord der waarheid recht snijdt' (3)

2 Timotheüs 2:15

Daar zijn er die onze tekst in verband brengen met Efeze 6:17, waar Gods Woord ‘het zwaard des Geestes’ genoemd wordt. De Schrift moet dus als een zwaard op de rechte wijze worden gehanteerd. Zal een ziel zich aan de Heere uitleveren, zo komt zij eerst in verlegenheid, in de engte, waar zij klaagt: ‘Ik wou vluchten, maar kon nergens heen.’

Hoe geraakt zij in zulk een toestand? Wel, door het zwaard des Geestes. Het Woord des Heeren jaagt de zondaar uit de vestingwerken op, waarin hij zich verschanst heeft. Stap na stap moet hij terugwijken voor de scherpe punt van de degen die dreigend op hem is gericht. Zijn eigenwillige vroomheid kan voor God niet bestaan; zijn goede werken zijn ongenoegzaam voor de driemaal Heilige; zijn tranen en gebeden keren schuldig tot hem weer; aan de strafeisende gerechtigheid kan hij niet de minste voldoening geven. Alles waarop hij zich wilde verheffen, wordt door het Woord meedogenloos neergesabeld. Geen uitvlucht, geen toevlucht blijft over.

En telkens weer moet het tweesnijdende zwaard des woords erop inslaan, wijl de oude mens zich, ook na ontvangen genade, bij vernieuwing breed maakt. Wee degenen die de zielen met lieflijke praatjes de bloemhoven insturen, maar het zwaard in de schede laten; het bloed der misleiden zal van hun hand worden geëist. Wee echter ook degenen die het zwaard blijven zwaaien boven een waarlijk bekommerde; zij misbruiken het zwaard en schrikken de begerig gemaakte af om tot de Heere Jezus toevlucht te nemen.

Het Woord Gods is een verwondend en dodelijk zwaard, doch tegelijk de genezende balsem van Gilead, de verkwikkende druiven van Eskol, de verfrissende schaduw van Elims palmen.

Bekwame de Geest ons om het zwaard op de juiste wijze te hanteren en tevens ter rechter tijd neer te leggen. Zulks ook met het oog op onszelf.

Ds. E. van Meer

Mei / juni 2018

 

RECHTE ARBEIDERS IN GODS WOORD

4. DE ZADELMAKER

Lezen: 2 Timotheüs 3

'Een arbeider, … die het Woord der waarheid recht snijdt' (4)

2 Timotheüs 2:15

Nu zal ik u zeggen welke uitleg de kerkvader Chrysostomus van onze tekst gaf. Iemand wil een zadel maken en daartoe snijdt hij het model uit een lap leder. Allerlei goede stukken leer vallen af; die bewaart hij zorgvuldig, want zij zullen hem later nog wel eens te pas komen. Indien de man geen zadel, doch een hoofdstel en teugels wil vervaardigen, zal hij het leder anders snijden. Het doel dat hem voor ogen staat, bepaalt zijn gebruik van het kostbare leer.

Als leraar in de kerk, als ouderling op huisbezoek, als vrienden op gezelschap, spreekt gij over de voorzienigheid Gods. Gij zult dan allerlei Schriftuurplaatsen bijeenzoeken die op uw onderwerp betrekking hebben. Maar Bijbelgedeelten welke handelen over de verzoening of over de wederkomst des Heeren, laat gij rusten. Zijn die gedeelten dan niet belangrijk? Natuurlijk wel! Doch gij kunt ze thans niet gebruiken; gij snijdt de stukken uit welke van Gods voorzienigheid gewagen.

En als het een volgende keer over de verzoening gaat, snijdt gij andere stukken uit; dan laat gij de teksten over de voorzienigheid weer terzijde. Een zadel vordert een andere bewerking van het leder dan een hoofdstel.

Gij dient echter in uw Bijbel thuis te zijn en al beter thuis te geraken, anders zal het u niet mogelijk wezen de benodigde stukken op bekwame wijze uit te snijden. Hapert het hier en daar niet aan Schriftkennis en Schriftstudie? Ik vrees soms dat het Boek der boeken, zelfs in gereformeerde kringen, verdrongen wordt door andere boeken, tijdschriften en weekbladen; het moge alles positief-christelijk zijn, nochtans is het uitnemendste drukwerk een gevaar voor u indien het u de Bijbel min of meer zou ontnemen.

Gij hebt het voorrecht dagelijks tot de bron van Jehova's openbaring te mogen gaan; uw voorrecht is bovendien uw dure plicht. Onderzoekt dan de Schriften, met de bede om verstand door Goddelijk licht bestraald.

Ds. E. van Meer

Juli / augustus 2018

 

RECHTE ARBEIDERS IN GODS WOORD

5. DE HUISVADER

Lezen: Psalm 19

'Een arbeider, … die het Woord der waarheid recht snijdt' (5)

2 Timotheüs 2:15

Calvijn werd door onze tekst bepaald bij een huisvader die aan ieder lid van zijn gezin het hem toekomende deel geeft. Voor de zuigelingen is de melk, voor de anderen de vaste spijze; de jeugd krijgt een kleinere portie dan de volwassenen. Elkeen ontvangt naar aard en behoefte.

Gedrongen door de liefde van Christus en bestuurd door de Heilige Geest zullen Gods kinderen begeren elkaar, maar ook de buitenstaanders, uit de Schrift te mogen dienen. De halsstarrige zondaars hebben zij getrouwelijk te wijzen op de open schuld waarmede zij voor een rechtvaardig God zullen verschijnen. De huichelaars worde aangezegd dat de Heere eenmaal hun gedaante van Godzaligheid zal verscheuren en vertreden. Zij, die voorlopig de wereld wensen te dienen en zich later wel eens met de eeuwige dingen zullen bezig houden, moeten voor de vraag worden gesteld, of er straks nog een heden der genade voor hen zal zijn.

Ach, het is niet aangenaam op strenge toon te spreken; maar wie het Woord der waarheid recht snijdt, onttrekt zich niet aan zijn roeping en smeekt de Allerhoogste dat zijn waarschuwend getuigenis tot zegen worde gesteld.

Liefelijk is het daarentegen tot bekommerden en aan zichzelf ontdekten, tot verslagenen van hart en armen van geest te mogen uitgaan met de beloften en vertroostingen der Schrift. Wie de kleintjes hard bejegent, snijdt het Woord der waarheid niet recht.

Ook de meergevorderden bevinden nog veel ellende en dodigheid in zich; hoe kan het hen verkwikken als een broeder of zuster hen van 's Heeren wege bezoekt en uit de Bijbel datgene naar voren brengt wat zij van node hebben. Menigmaal krijgt Gods volk onopzettelijk en onbewust het Woord der waarheid recht te snijden. Het hangt tenslotte ook niet van enig mens, doch van de Heilige Geest af wanneer de Schrift, als het Boek des levens, een ziel beweldadigt.

Ds. E. van Meer

September / oktober 2018

 

DE HOVENIERSZORG VOOR ZIJN HOF

1. DE HOVENIER

Lezen: Hosea 14

'Menende dat het de hovenier was'

Johannes 20:15

Het Paasverhaal waaruit onze tekst is genomen, komt thans voor bespreking niet in aanmerking. Maar ik wens er u bij te bepalen, dat Hij, die door Maria Magdalena in haar overstelpende droefheid voor de tuinman van Jozef van Arimathea werd gehouden, inderdaad de Hovenier is.

In Johannes 15 vergelijkt de Christus Zichzelf bij een wijnstok, terwijl Zijn Vader de Landman is Die het snoeimes hanteert. Doch in Lukas 13:6-9 is de Heere Jezus de Wijngaardenier. De Eigenaar van de hof heeft op een onvruchtbare vijgenboom gewezen, zeggende: ‘Houw hem uit.’ De Wijngaardenier doet echter voorbede: ‘Laat hem ook nog dit jaar, totdat Ik om hem gegraven en mest gelegd zal hebben.’

Ook in het Hooglied treedt de hemelse Bruidegom als een Hovenier op: ‘Vangt gijlieden ons de vossen, de kleine vossen, die de wijngaard verderven’ (2:15). En elders noemt Hij de Bruid ‘een besloten hof’, die Zijn zorgen behoeft (4:12).

Door de zonde is het weelderige Paradijs gesloten. Grondeloze barmhartigheid heeft evenwel een nieuwe tuin aangelegd op deze aarde, die slechts doornen en distels voortbrengt. Oorspronkelijk was de genadehof tot het volk Israël beperkt: ‘Mijn Beminde heeft een wijngaard op een vetten heuvel’ (Jesaja 5:1).

Doch later wordt de gaarde uitgebreid tot de heidenen, opdat ook daar de bloemen van geloof, hoop en liefde bloeien en de vruchten des Geestes rijpen zouden.

Het was een zwaar werk dat de Hovenier naar de Raad van de Drie-Enige en tot eer van God volbracht: Hij vergoot er Zijn hartenbloed bij en brak onder Zijn arbeid tot in de dood.

Uit de wereld, het veld des verderfs, nemen de Middelaarshanden de gewassen die een welgevallen van de Heere trekken om ze over te planten in de Gemeente, de Hof des Levens. Dan wordt het gezien dat een dennenboom en een mirt opgaan voor een doorn en een distel (Jesaja 55:13). Zag de Hovenier ook naar u om?

Ds. E. van Meer

November / december 2018

 

 

 

  • © hersteld hervormde kerk 2020