Meer over Stichtelijk Woord

TOT STILSTAND GEBRACHT

Lezen: Genesis 16

'Vanwaar komt gij en waar zult gij heen gaan?’

Genesis 16:8

Met deze vraag wordt Hagar tot stilstand gebracht. Zij is niet op de rechte weg en krijgt dan ook te horen: ‘Keer weder tot Saraï, uw vrouwe, en verneder u onder haar handen.’

Deze vraag nu wordt evenzeer aan ons voorgelegd: ‘Vanwaar komt gij?’

Het antwoord is beschamend. Ons voorgeslacht leefde als koningskinderen in een paradijs. Maar die luister is teloor gegaan en veranderd in schande, toen de mens zich moed- en vrijwillig van zijn Schepper losscheurde. Zo zijn wij uit een slavenfamilie gesproten, onderworpen aan duivel, dood en oordeel Gods.

Onze afkomst is niet best, onze toekomst daarom evenmin. ‘Waar zult gij heen gaan?’

De Schrift zegt het nadrukkelijk: als verlorenen reizen wij naar het eeuwig verderf. Wij trekken ons evenwel bitter weinig van deze verschrikkelijke waarheid aan, totdat de Heilige Geest ons, gelijk een Hagar, halt doet houden. O, wat krijgt een ziel het dan benauwd!

Hagar moet terug naar het punt van uitgang: naar Abrams tenten. En wij hebben weer te keren tot Hem, Die wij in Adam verlieten. De eis van de bekering drijve tot de smeking: ‘HEERE, bekeer mij, zo zal ik bekeerd zijn’.

Heil ons, zo die bede verhoring vindt! Dan krijgt Gods volk te belijden: ‘Wij reizen naar die plaats van dewelke de HEERE gezegd heeft: Ik zal u die geven.’

Ds. E. van Meer

Juli / augustus 2020

 

 

  • © hersteld hervormde kerk 2020