Meer over Stichtelijk Woord

NOOD EN GEBEDSVERHORING

Lezen: Exodus 3:1-15

'Ik heb zeer wel gezien de verdrukking Mijns volks’

Exodus 3:7

Steeds zwaarder werd de jammer van Israël in Egypte. Een ogenblik scheen het of Mozes de van God geroepen verlosser zou worden; doch Mozes moest vluchten. Niets wees er op, dat aan de ellende van Jakobs nakroost ooit een einde zou komen.

Maar dan de verrassing bij de brandende braambos! Het bleek, dat de HEERE niet onbewogen was en dat Hij een afgesneden zaak op aarde zou doen, tot verheerlijking van Zijn Naam.

Deze verrassing herhaalt zich zowel op stoffelijk als op geestelijk gebied. Velerlei tegenspoeden kunnen ons treffen in onze persoon, in ons gezin, in onze zaken. Week na week schrijnt het kruis onze schouder.

Is ons zuchten en roepen naar Omhoog een ijdel werk? Overvloedig vloeien de vreugdetranen, wanneer gedankt mag worden: ‘God heeft bij ons wat groots verricht; Hij Zelf heeft onzen druk verlicht!’

Hoger nog stijgt de lofprijzing bij uitredding uit zielennood. Ach, wij gingen in het zwart vanwege des vijands onderdrukking, wij konden nergens bij, wij vreesden voor een eeuwig omkomen. Daar klonk het: ‘Ik heb zeer wel uw verdrukking gezien, uw geschrei gehoord, uw smart bekend.’

Hoe beschamend! Wij dachten, dat de HEERE niet op ons lette; maar Hij kwam ter verlossing neer en voerde naar een goed land.

Ds. E. van Meer

januari / februari 2021

 

 

  • © hersteld hervormde kerk 2021