Meer over Stichtelijk Woord

GROOT VERSCHIL IN DE KERKGANG

Lezen: Lukas 18:1-14

’Twee mensen gingen op in den tempel om te bidden.’

Lukas 18:10a

 

Duidelijk houdt de Heilige Schrift ons voor, dat de houding van de Farizeeër verwerpelijk is voor God, en de zielsgestalte van de tollenaar Hem daarentegen welbehagelijk is.

Verstandelijk stemmen wij deze waarheid toe en houden er bij ons gebed ook nog rekening mee. Maar zelfbedrog is daarbij niet uitgesloten. Het gebeurt maar al te vaak, dat wij tollenaars-woorden uitspreken, onszelf geen enkele waardigheid toekennen en op loutere genade pleiten, terwijl de Farizeeër in ons ondertussen zijn deugden stevig vasthoudt.

Op huisbezoek van de predikant klaagde een vrouw zich ten scherpste aan, er was in ’s Heeren ogen niets goeds aan haar.

“Ja”, zei de leraar, “u hebt gelijk, want …”.

Hij kon niet verder komen; de vrouw stoof op en snauwde: “U bent bij mijn buurvrouw geweest, en heeft zij mij weer belasterd?”

De tollenaars-ootmoed was opeens weg, de Farizeeërs-hoogmoed stond stevig op zijn benen! Alleen de Geest der waarheid drijft de Farizeeër uit en laat de tollenaar binnen. Ach, de Farizeeër sluipt telkens terug, om de tollenaar te verdringen.

Gelukkig, dat de Heere de hand aan Zijn gekenden houdt, niemand van hen zou anders in de laagte en leegte legeren, waar Zijn gunstbewijzen worden uitgedeeld.

Ondanks hun gedurig verzet, maakt en houdt God Zijn kinderen klein.

 

Ds. E. van Meer

juli / augustus 2021

 

  • © hersteld hervormde kerk 2021