Meer over Stichtelijk Woord

GEHOORZAAMHEID GEZEGEND

Lezen: Genesis 22:1-19

'Daarom dat gij deze zaak gedaan hebt, (...) voorzeker zal Ik u grotelijks zegenen.'

Genesis 22:16-17

Ongetwijfeld is deze geschiedenis een voorafschaduwing van de volheid des tijds, toen God de Vader Zijn Zoon, Zijn Enige Die Hij liefhad, offerde in de kribbe van Bethlehem en op het kruis van Golgotha. Doch daarbij bepaal ik u thans niet.

Wij letten ditmaal op het slot van het verhaal. Jehova belooft dat Hij Abraham grotelijks zal zegenen, omdat de aartsvader zijn Izak aan den HEERE niet onthoudt.

Wordt Abraham nu een kroon op het hoofd gezet, omdat hij getoond heeft een voortreffelijk gelovige te wezen? Krijgt hij een hemelse lauwerkrans, omdat hij zich geducht heeft ingespannen om de HEERE welbehaaglijk te zijn?

Nergens in mijn Bijbel lees ik dat het zo toegaat in het Koninkrijk der hemelen. Abraham heeft zijn jongen op het altaar vastgebonden en het offermes gegrepen.

Zeker, maar vanwaar heeft hij de gehoorzaamheid aan 's HEEREN bevel en Wie bekwaamt hem tot het bijna onmogelijke?

De aartsvader heeft het niet van- en uit zichzelf. Integendeel, de Geest des HEEREN maakt hem gewillig en bereid. En zo kroont de HEERE niet Abrahams deugden, doch Zijn Eigen werk in de patriarch.

Paulus verzekert dan ook dat God de goede werken heeft voorbereid, opdat Zijn volk in dezelve zou wandelen. (Efeze 2:10) ‘Wie roemt, die roeme in den Heere!’

Ds. E. van Meer

November / december 2020

 

 

  • © hersteld hervormde kerk 2020